AD(H)D en angst deel 1

We zijn allemaal wel eens bang. Hoort erbij. En als je AD(H)D hebt, heb je ook wat heftige emoties dus ben je waarschijnlijk wat sneller bang (en blij en boos 🙂

Dus geen probleem maken als het er niet is.

Maar angst kan zo vaak en zo heftig zijn dat het je dagelijkse leven in de weg gaat zitten. 

Degene die lijden aan angst-en paniekaanvallen en hier dagelijks last van hebben zullen het bijna niet geloven op dit moment. Maar angst is er om je te beschermen. Zonder angst kan je eigenlijk niet. 

Stel je voor dat je “angstsysteem” niet zou werken. Dan zou er in situaties dat het nodig is, ook geen alarmbelletje gaan rinkelen. Je zou onbevreesd overal op af stappen en dat is niet handig en zelfs regelrecht soms gevaarlijk. Je steekt zomaar de straat over, rijdt ’s avonds laat op je fiets in een donker en berucht park, en nog veel meer van dit soort dingen. Met andere woorden: het is maar goed dat we een angstsysteem hebben. Het beschermt ons als er gevaar dreigt. 

Tijdens zo’n gevaarlijk moment gaat het angstsysteem in ons brein dus aan. En we hebben dan de keuze uit 2 reacties: vechten of vluchten .

Wanneer we iets als bedreigend ervaren wordt het emotiecentrum in onze hersenen, de amygdala, geactiveerd. En dan gebeurt er vervolgens van alles. De afgifte van adrealine komt op gang.  Hartslag en ademhaling gaan omhoog. Luchtwegen en bepaalde bloedvaten verwijden zich. Spieren spannen zich, klaar om in actie te komen. Ons lichaam wordt voorbereid op vechten of vluchten.  Alles is nodig om het dreigende gevaar het hoofd te bieden. We worden dus eigenlijk beschermd door ons eigen systeem, het biedt ons de mogelijkheid te reageren op de bedreigende situatie. En als je ’s avonds ongure types tegenkomt in een donkere steeg is dat maar goed ook…….je rent voor je leven.

Dus angst is er om je te beschermen. Maar wat nou als je angstsysteem in werking gaat bij het zien van een muis? Of vanwege je eigen overbezorgde of angstige gedachten, of om allerlei redenen die niet direct echt zo levensbedreigend zijn?

Dan heb je dus teveel emotie zitten op iets waar het niet hoeft te zitten. Je angstsysteem is overactief. Als je AD(H)D hebt, ben je waarschijnlijk sowieso wat gevoeliger en wisselender wat emoties betreft en zal je ook wat eerder “oververhit” raken. Even paniek. Dat hoeft op zich niet zo’n probleem te zijn. Maar als de angst je zó in de weg zit dat het je (dagelijkse) leven in de weg staat, dan is het een ander verhaal. Dan heb je misschien een angststoornis. Bij mensen met een angststoornis is de amygdala overgevoelig. Je ziet dan gevaar in dingen die eigenlijk niet echt een gevaar zijn. Zoals een muis, een bezoek aan de supermarkt, overbezorgde gedachten om van alles, of paniek om ogenschijnlijk niets. Soms dus zó erg dat het je leven enorm beïnvloedt op een negatieve manier. 

En hoe zit het dan met gewoon logisch nadenken? Want wees nou eerlijk, als je even logisch nadenkt kán je toch niet in paniek raken om iets wat eigenlijk niet zo’n gevaar is?  Om een muis. Of omdat je moet betalen bij de kassajuffrouw. Dat is niet logisch. 

Klopt. Heel onlogisch. En mensen met angst snappen vaak ergens ook wel dat het niet helemaal logisch is. Alleen is het logische deel van hun brein, de prefrontale cortex, niet opgewassen tegen het emotionele deel van hun brein, de amydala. Dat is zó sterk, dat het de overhand heeft. De angst komt er dwars doorheen en lijkt op dat moment zó echt en bedreigend, dat er geen houden aan is. Iedereen die te maken heeft met angst, weet waar ik het over heb. Degene die er geen last van hebben, kunnen het zich nauwelijks voorstellen. 

Mensen kunnen voor heel veel dingen angst hebben. Er zijn  verschillende angststoornissen. 

Ik zal er een paar noemen.

Zo heb je bv een fobie:  angst voor een specifieke situatie of een object, ook al weet de persoon ik kwestie wel dat de angst ongegrond is.  Bv een muis, spin, of angst voor tunnels, hoogtes.

Gegeneraliseerde angststoornis: simpelweg gezegd komt dit neer op overmatig angstig en bezorgd om dagelijkse dingen. Altijd een probleem, een zorg, een angst en dan in zo’n mate dat het niet meer “wat zwaar op de hand”  is.

Sociale angststoornis: bang dat iedereen negatief over je denkt.  Bang om beoordeeld te worden. Dan word je bv bang om af te rekenen bij de kassa, je handtekening ergens onder te zetten (dat je onhandig wordt gevonden) etc.

Paniekstoornis: een snel opkomende, heftige angst,die gepaard gaat met allerlei lichamelijke verschijnselen en vaak uit het niets lijkt te komen. Je kan bang worden om de controle te verliezen, of dat je dood gaat omdat de lichamelijke verschijnselen zo heftig voelen. Hierdoor worden vaak openbare plekken vermeden, uit angst dat er een weer paniekaanval optreedt.

Hoe kom je aan een angststoornis? Dat is interessant. Want eigenlijk weten we nog niet zo heel veel van het ontstaan van dit soort dingen en spreken behandelaars en onderzoekers elkaar ook weer tegen.

Erfelijkheid schijnt een rol te spelen. Daarnaast hebben vrouwen 2 keer zoveel kans op een angsstoornis dan mannen. Bepaalde stofjes in je brein kunnen een rol spelen, zoals te weinig serotine.De stof die ook een rol speelt bij depressie. Er lijkt zeker een overlap te bestaan tussen angst en depressie, maar ook dat is niet helemaal duidelijk.  Of de balans tussen serotine, dopamine en noradrealine is niet optimaal.

Maar……angst kan ook geleerd gedrag zijn. Ha, dat is goed nieuws. Want gedrag wat is aangeleerd kan je ook weer afleren!

Je brein is niet logisch. Mensen die bij mij in begeleiding zijn weten het al, het is iets wat zeer regelmatig ter sprake komt. Het brein corrigeert zichzelf niet. Zo kan je ervan overtuigd zijn dat je een kluns bent, terwijl dit in de praktijk toch echt reuze meevalt! 🙂 . Zo kan angst een reactie zijn die ooit ergens in het brein is ontstaan, die is geleerd. Volgende keer ga ik daar nog dieper op in.

Zo kunnen kleine en grote gebeurtenissen in je leven, momenten zijn waarop je (onbewust) een associatie maakt in je brein die angst creëert. En wat je doet, is proberen die situaties waar je bang voor bent, te vermijden.

Dat is een logische reactie. Je bent ergens bang voor en probeert zoveel mogelijk die situatie te vermijden. Maar in extreme gevallen kan dat leiden tot iemand die de deur niet meer uitkomt, om een paniekaanval in het openbaar te vermijden. Iemand die eindeloze omwegen neemt om de bosjes te vermijden, omdat er een poes uit te voorschijn kan komen. Ooit waarschijnlijk een nare ervaring met een poes, nu een uitvergrote reactie (alle poezen vallen je aan) die je dagelijkse leven zo beïnvloedt dat je 2 km omloopt om bosjes te vermijden, niet op bezoek kan bij mensen met poezen, angstdromen hebt over poezen etc. Dan gaat het dus een beetje doorslaan zeg maar. Het brein is als het ware op hol geslagen.

Vermijden is nooit een oplossing. Wel logisch, maar doet de angst niet afnemen, maar juist eerder toenemen. En zo word je eigenlijk een gevangene van je eigen angst. Een door je brein gecreëerde gevangenis, waar je last van hebt en waar het zo vreselijk moeilijk uitkomen is.

Maar als iets aangeleerd is en weer af te leren is, is dat ook wel hoopvol. Want leren kan het brein wel, en daarbij kunnen we het helpen. Daarover in deel 2.

Deel deze blog:

Share on whatsapp
Share on email