Stimuleren, mopperen, smeken en zeuren

 

 Stel: je “kind” is 24 en heeft AD(H)D. Ogenschijnlijk zie je helemaal geen geworstel met het omgaan met AD(H)D. Wat je wél ziet valt voornamelijk onder de categorie  “chillen”. Afwisselend stimuleer, “zeur”, smeek of negeer je. Om studiepunten binnen te halen, een stage te gaan zoeken, de troep op te ruimen. Wanneer de actie uitblijft doe je het nog maar een keer: stimuleren, “oplossingen aandragen”, “meedenken” en “zeuren.” Je hoort jezelf praten.  En eigenlijk heb je geen idee waar je goed aan doet.

Control-freaks en laissez-faire types

Er zijn jongeren met AD(H)D die behoorlijke ‘control-freaks’ zijn. Bijna dwangmatig proberen ze de boel onder controle te krijgen of te houden. Je moet ze eerder dwingen wat gas terug te nemen en te ontspannen dan dat je ze moet aanmoedigen eens wat te gaan doen. Maar je hebt er ook die juist van de ‘laissez-faire’ zijn. Het komt allemaal wel, ooit, een keer. Vaak hangend voor één of ander scherm. Wel dingen van plan, maar het komt er allemaal niet zo van. “Het komt allemaal goed, je hoeft je nergens mee te bemoeien”. Ogenschijnlijk maken ze zich nergens druk om.

Trekken aan een dood paard

Dat gevoel, dat je trekt aan een dood paard. Je verliest bakken energie. Dat hebben we natuurlijk graag voor zoon-of dochterlief over. Al die jaren hebben we ons toch al ingezet. Dus nu het laatste stuk naar de volwassenheid ook nog. Dat je er in ieder geval alles aan doet en hebt gedaan. Want het zal toch eens wel opgepikt worden en dan kan hij of zij tenminste zelfstandig verder. Hoef jij je ook niet meer zoveel zorgen te maken, het is de moeite waard. Toch? Of niet?

Was hij of zij nog maar klein, dat was ook (wel eens) moeilijk, maar vergeleken bij nu toch wel een stuk eenvoudiger

Als het op school niet ging, ging je er naartoe om te overleggen. Als er met een leerkracht niet te overleggen viel, verheugde je je op volgend jaar, er vanuit gaande dat die leerkracht wat meer begrip had. Huiswerk werd gedaan met huiswerkbegeleiding of bijles (of je deed het zelf) en daarbij haalde  je ook fijn je kennis op door het schrijven van een spreekbeurt, werkstuk of boekverslag. Thuis probeerde je zoveel mogelijk structuur te houden. Je stimuleerde je kind met beloninkjes, desnoods wat minder verantwoorde zoals snoepgoed of een toetje met van die zoete strooisel in het dekseltje en een Dora op de verpakking. Maar die tijd is voorbij.

Je moet wel met iets heel goeds aan komen zetten wil dat nog werken. Een ijsje na het eten doet het écht niet meer. Misschien een scooter, of je rijbewijs halen. Maar als je daaraan begint, waar ligt dan de grens?

Je hebt twee soorten motivatie. Intrinsiek en extrinsiek. Intrinsieke motivatie komt van binnenuit. Iemand die zelf gaat leren, omdat hij graag zijn studie wil doen. Iemand die weet dat hij moeite heeft met plannen en organiseren en daarmee aan de slag gaat, al dan niet met hulp van buitenaf. Extrinsieke motivatie komt van buitenaf. Een kind dat zijn huiswerk doet, omdat hij daarna buiten mag spelen of TV kijken. Een jongere die aan de slag gaat met zijn studie omdat hij anders het aantal punten voor het bindend studieadvies niet haalt en van zijn opleiding af moet.

Hoe zit dat dan bij AD(H)D’ers? Als zoon of dochterlief weinig tot niets uitvoert, je goedbedoelde adviezen in de wind slaat. Waat zit die motivatie dan?

Kijk, nu komen we bij een lastig punt. Het is makkelijk om te zeggen: “die motivatie, die is er niet. Aangezien trekken aan een dood paard geen zin heeft, stop er dus maar mee. Iemand die niet gemotiveerd is, moet eerst maar gemotiveerd worden”.

Of de andere kant: “voor iemand met AD(H)D is het allemaal heel moeilijk. Zo iemand overziet de boel niet en vindt het heel moeilijk om aan de slag te gaan of te blijven. Dus moeten we daarbij zoveel mogelijk helpen, stimuleren en desnoods overnemen. Ook al doet iemand zelf niet zo veel. Want wat kan je er nou aan doen dat je AD(H)D hebt”?

Het lastige is dat het allebei een beetje waar is. Het is voor iemand met AD(H)D lastig zichzelf te motiveren. Daarbij komt ook nog eens het uitstelgedrag

Ja, het is lastiger voor mensen met AD(H)D om zichzelf te motiveren. Vaak is het gevoel dat men wil er wel, maar de stappen die nodig zijn om het uit te voeren blijven uit. De oorzaak hiervan is een biologische en ligt in het brein. Door een andere en mindere opname van oa dopamine in de hersenen, verlopen processen als concentratie, focussen op een doel, overzien van oorzaak en gevolg, moeilijker. AD(H)D’ers zien vaak de lange-termijn gevolgen van iets niet zo goed. Iemand kan best wel bedenken dat je opleiding niet halen negatieve gevolgen kan hebben (het wordt hem anders wel verteld door de omgeving), maar het écht overzien zit er vaak niet bij. Dus een langdurige inzet voor een resultaat ver weg (en iets is al gauw ‘ver weg’) is best wel ingewikkeld. Of iemand heeft dat nog wel door en is ook van plan actie te ondernemen, maar het uitstelgedrag is sterker. Achter de broek zitten, steeds opnieuw waarschuwen, werkt vaak maar ten dele of helemaal niet.

AD(H)D’ers doen het vaak beter onder grotere externe druk

Je kent het misschien wel. Deadlines, op het allerlaatste moment gehaald. Pas als je komt met een fikse maatregel (wat je eigenlijk niet wil), wordt de kamer opgeruimd of iets anders gedaan. Dus ook weer extern aangebracht. De (dreiging) van consequenties van buitenaf zijn schijnbaar groot genoeg om tot actie over te gaan. Iemand doet zijn klus dan eigenlijk om de consequentie van het niet doen te voorkomen of om de beloning ‘binnen te halen’.  Met jongere kinderen kan je dit nog aardig uitvoeren. Maar als ouders van een jong volwassene wordt dat steeds moeilijker.

Dan komen er gevolgen waar je als ouders niet zoveel invloed meer op hebt

De externe druk neemt vaak toe met de leeftijd. Tijdens een studie moet er een bepaald aantal punten gehaald worden. Als je daar niet aan voldoet, zal je elders moeten gaan zoeken naar een opleiding. Bij een opleiding of baan(tje) zijn ze vaak wat minder vergevingsgezind, hebben ze vaak minder geduld en zijn er duidelijkere regels. Dit wil nog wel eens helpen. Als ouders kun je behoorlijk zenuwachtig worden als “je kind” steeds nét tegen alle deadlines aanzit. Maar soms is het voor iemand met AD(H)D gewoon de manier waarop hij/zij het beste functioneert.

Je zoon of dochter zal langzaamaan meer de gevolgen van zijn/haar motivatieproblemen moeten gaan dragen

Tot wanneer blijf je motiveren, stimuleren, belonen? Uiteindelijk houdt het ergens op. Waar die grens precies ligt, is heel moeilijk. Daar is wat mij betreft geen eenduidig antwoord op. Maar rustig aan, met kleine stappen, kan je wel verantwoordelijkheid aanleren. Bijvoorbeeld: wel tijd voor een baantje maar geen baantje hebben (wel liggen “chillen”), kan betekenen dat je dan ook geen geld hebt voor je telefoon of uitgaan. Oorzaak en gevolg. Geen werk, geen geld, geen leuke dingen. Net zoiets als vroeger: je eten niet op, geen toetje. Dat is iets waar mensen met AD(H)D vaak moeite mee hebben. Het zien van oorzaak en gevolg, actie en reactie. Vaak moeten ze zich meer dan drie keer aan dezelfde steen stoten.  Maar uiteindelijk dus op hun weg naar volwassenheid wel zullen moeten leren.

Dan is soms het laten ervaren van de consequenties een manier om iemand wel weer in beweging te krijgen

In feite verhoog je ‘de lijdensdruk’.  Het wordt iemand moeilijker gemaakt niets te doen. Dat kan dus een reden zijn om wél in actie te komen. Of soms ook om erachter te komen dat iemand hulp nodig heeft bij het zetten van stappen. Dat iemand zich zelf ook zorgen maakt en actie wil ondernemen, maar dat het gewoon niet lukt. Dat iemand best nog wel gemotiveerd is, maar geen idee heeft hoe bepaalde dingen aan te pakken. Hoe grote taken bijvoorbeeld te verdelen in kleine stappen en deze stap voor stap uit te gaan voeren. Maar dan wordt het tenminste wel duidelijk. Het laten dragen van de consequenties gebeurt thuis altijd nog in relatieve veiligheid. Eenmaal zelfstandig kunnen de gevolgen veel groter zijn.

Blijven smeken, aanbieden en herhalen leidt er uiteindelijk toe dat je zoon of dochter je gewoon “uitzet”

We reageren vaak met ons gevoel. We ergeren ons, zijn boos of maken ons zorgen om de toekomst en reageren vanuit angst. Een wat zakelijkere reactie is moeilijker, maar werkt vaak wel beter. Oorzaak en gevolg wordt zichtbaarder. Iemand met AD(H)D kan lang niet altijd zoveel met jouw emoties. Hij of zij zal niet die baan gaan zoeken of die opleiding af gaan maken, omdat hij het anders zo zielig voor jou vindt. De opleiding wordt misschien wel afgemaakt na een jaar een of ander baantje gehad te hebben en eigen kosten te moeten dragen. Dan lijkt de opleiding ineens wél zinvol. Niet dat het altijd zover moet komen, maar soms is het nodig.

Dan moeten we soms met vertrouwen durven loslaten. Erop vertrouwen dat je zoon of dochter leert en stappen zal maken

En dat is niet makkelijk. Want je weet het niet zeker. Je moet erop vertrouwen, omdat er soms geen andere mogelijkheid meer is. Omdat je met blijven “aanmoedigen” de kans loopt te worden ‘uitgezet’. En omdat iemand het toch ooit zelf zal moeten leren. Op zijn of haar eigen manier. Omdat het ooit moet en je hem of haar niet alles kan besparen. Ook niet het vallen. En weer opstaan, ook al ben je bang dat dat dan niet gebeurt. Loslaten, met vertrouwen.

 

Ik wens je veel succes en alle goeds!

Cora Vos

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *